Een reis zonder richting is niet effectief

29/08/2016

We worden overspoeld met methodes als scrum, lean en de lean start-up die ons aanmoedigen om snel aan de slag te gaan, want de omgeving staat bol van veranderingen. De boodschap is: verval niet in het ‘dreaming up’ van plannen, maar ga leren door te doen en maak verbeterslagen in korte cycli. Ook adviseurs omarmen deze methodes, want ze zijn ‘hot’ en organisaties ‘lopen achter’ als ze deze nieuwe manier van werken niet ambiëren. Ik doe hier natuurlijk gretig aan mee, zoals u kunt lezen in mijn artikel ‘Begint eer gij bezint’. Al met al raken onze acties en experimenten in een stroomversnelling, dat is immers nodig om al die veranderingen het hoofd te bieden en om organisaties continue te verbeteren en te vernieuwen (alsof dat het hoofddoel is…).  

 

Meer en meer bekruipt mij het gevoel dat we hiermee een belangrijke vaardigheid uit het oog verliezen, namelijk: bezinnen. We hebben het druk met het uitvoeren van weekstarts, daily stand-ups, scrum-meetings en allerlei acties en initiatieven om de prestaties te verbeteren. Maar bezinnen, onderzoeken, graven en ontrafelen wat onderliggende patronen zijn of wat de werkelijke problematiek is, raken ondergesneeuwd in het geweld van de daadkracht om snel in de actiemodus te komen en te experimenteren. 

 

Het is als een reis zonder richting waarin elke reis goed is. Maar binnen een snel veranderende omgeving is tijd kostbaar en dan kan het niet zo zijn dat elke reis (actie) goed is. Van hoogleraar Steven ten Have leerde ik ooit dat een interventie zonder diagnose gedoemd is te mislukken. De vaardigheid om een goede diagnose te stellen en om een passende aanpak te formuleren is onontbeerlijk. Want doe je dit niet dan verspil je kostbare tijd met bijvoorbeeld het lukraak uitproberen van allerlei interventies en het opportunistisch opvolgen van populaire methodes en adviezen van experts.            

 

Ondertussen blijven de nieuwe ontwikkelingen elkaar in rap tempo opvolgen. Daarom pleit ik niet voor lineaire verandering (diagnose, ontwerp, uitvoering en evaluatie), maar voor verandering waarin deze fases met elkaar versmelten. Daniel Wolfs constateert in zijn boek Magic Makers (2015) hetzelfde en geeft een handzame aanpak waarin verschillende fases zichtbaar in elkaar schuiven (zie figuur). Er is geen sprake van fasering, maar van een continuüm. Je bent je continu bewust van de context, de actie én het resultaat, waardoor je bewust en effectief kunt veranderen.

 

 

Hans Vermaak beschreef in Plezier beleven aan taaie vraagstukken (2009) iets soortgelijks. Volgens hem blijft planvorming belangrijk, maar krijgt deze de vorm van continue, reflectieve sturing. Je volgt geen strakke, vooraf bedachte fasering, maar een plan met een ‘onaf’ karakter. 

 

Ook in de politiek werkt men tegenwoordig zelfs met dergelijke onvolledige plannen: verkiezingsprogramma’s. Duizend leden van het CDA komen op 10 september 2016 bij elkaar op een inspraak-dag onder de naam CDA1000, waar zij meebeslissen over het verkiezingsprogramma. Dat is geen traditioneel boekwerk, want het dient compact en flexibel te zijn: een keuze van partijvoorzitter Ruth Peetoom, die vorige verkiezingsprogramma’s binnen een regeerperiode ingehaald zag worden door de actualiteit. 

 

Kortom, als het gaat om veranderingen doe je onderzoek en maak je een plan, maar je houdt het onvolledig en al doende stel je het plan bij. Op deze manier blijf je niet hangen in je hoofd of op het papier, dat er uiteindelijk toe kan leiden dat de actualiteit je inhaalt. Je plan is zowel een handvat voor reflectieve sturing als een aanmoediging om snel in beweging te komen. Zo ben je als een soort koorddanser steeds aan het balanceren tussen bezinnen en beginnen.